Brakel, een vleugje geschiedenis 

Probeer maar eens iets zinnigs over Brakel te beweren, zonder adjectieven  als ‘schilderachtig’ en ‘pittoresk’ in de mond te nemen. Onbegonnen werk. Afhankelijk van de hoek, de heuvel, de bocht van waaruit je kijkt, waan je je in de Dordogne, Toscane of Umbrië. 

De golvende landschappen, waarin kleurrijke velden en bossen haast magisch met elkaar afgewisseld worden, zijn doorspekt met kleine en nog kleinere dorpskernen waar het leven van weleer zich niet laat verstoren door de stress die we modern noemen.

Brakel is één van die alsmaar zeldzamere gemeenten waar je moet zijn om uit te blazen, om op adem te komen, maar evengoed om je ademhaling te testen.

Want wie zich, zoals de vele renners en wandelaars die de streek verkennen, van deelgemeente naar deelgemeente wil verplaatsen, die zal over een tweede adem moeten beschikken. De Zwarte van Brakel, Peter Van Petegem, heeft hier zijn tweede adem gekweekt. Te paard gaat het natuurlijk ook. In dat geval ben je aan jezelf wel een stop verplicht in Michelbeke, waar patroonheilige Sint-Sebastiaan de paarden beschermt.  Ieder jaar vindt er de derde zondag van juni de ruiterommegang plaats. Brakel (circa 14.000 inwoners) is de verzamelnaam van 8 deelgemeenten : Elst, Everbeek, Michelbeke, Nederbrakel, Opbrakel, Parike, Sint-Maria-Oudenhove en Zegelsem.

De acht deelgemeenten zijn eigenlijk allemaal aanraders, allemaal dorpjes met een eigen charme en een eigen verhaal. Allemaal hebben ze prachtige landerijen, zoals je ze elders nog zelden vindt, heuvels, weiden en akkers met een verscheidenheid in fauna en flora die even gevarieerd en zeldzaam is als de sterk wisselende bodems die je alleen in deze streek aantreft. De naam Brakel zou ontstaan zijn uit de Germaanse termen ‘braco’ (=varen) en ‘lauca’ (Germaans voor ‘bosje op hoge zandgrond’). Je treft er kleine en grote bospartijen aan. Weiden, akkers en beekoevers zijn vaak afgezoomd met bomen. De natuur is hier nog de baas.  Mede daardoor is de grootste troef van Brakel misschien wel de rust. Niet van het soort rust dat roest verwekt. Want Brakel leeft.

In het hart van de Vlaamse Ardennen biedt Brakel “vijftig tinten groen”

De geschiedenis van Brakel gaat terug tot de Romeinse tijd, getuige de overblijfselen van de heerbaan Gent-Bavai, de Romeinse weg en de kaarsrechte Leinstraat. De pittoreske omgeving toont een intens historisch, agrarisch en religieus verleden. Kastelen, grote hofsteden, kerken en bidhoekjes duiken overal op.

Het meest in het oog springen de beschermde Sint-Martinuskerk in Opbrakel, de neogotische Toepkapel - kapel van de Vrede- in Nederbrakel, de Sint-Ursmaruskerk in Zegelsem met de fraaie oude linden en de Elstkerk voor ‘tandpijnheilige’ Sint-Apollonia. Het kasteel ter Wolfskerke, met Victoriaanse toren, en het hof Ter Wolfskeke, met ijskelder, zijn meer dan een ommetje naar Opbrakel waard. Tussen Nederbrakel en Michelbeke staat het kasteel van Lilare. Verscholen achter een brede dreef staat de monumentale ingangspoort gekenmerkt door twee gespitste, vierkante hoektorens.

Aan water en wind geen gebrek. Tal van molens verraden een nijverig agrarisch verleden. Een hard tijdperk waarin bos- en natuurgronden werden gecultiveerd en het Brakelse landschap zijn actuele aanblik kreeg. Vooral de Verrebeek- windmolen en de Perlinck-watermolen – de oudste van Vlaanderen - springen in het oog.

Meer informatie over Brakel kan ook gevonden worden op de website van de Geschied- en Heemkundige Kring Triveruis.

Brakel in cijfers. 

Meer cijfermateriaal over Brakel kan u vinden op:

Wikipedia (de gemeente Brakel is niet verantwoordelijk voor de inhoud op deze website)

De lokale statistieken van de Vlaamse overheid

Het Brakelhoen 

De Brakel is een gehard, levendig en middelhoog gesteld landhoen, met een tamelijk forse bouw. Kenmerkend is het rechthoekig silhouet met tamelijk lange en licht schuin aflopende rug, en een zeer goed ontwikkelde staartpartij. De borst is diep, goed gerond en breed. De vleugels worden iets schuin omlaag gedragen en mogen niet te ver voorbij het achterlijf steken. De kop is krachtig en de ogen zijn zeer donker, omgeven door een zwartachtige oogrand. De enkele kam is middelgroot, recht en rechtop geplaatst met 5 regelmatig gevormde kamtanden. De kamhiel volgt een horizontale lijn en staat vrij van de schedel. Bij de hen valt de kam naar één zijde om. De kleur van de kam is zowel bij de haan als bij de hen levendig rood met soms sporen van donker pigment. De oorlellen zijn amandelvormig, glad en vlak aanliggend. Ze zijn wit van kleur met soms iets blauwe glans. De kinlellen zijn fijn van weefsel en felrood van kleur. Het halsbehang bij de haan en de halskraag bij de hen vormen een sierlijk element, zijn goed ontwikkeld, zijn zuiver van kleur en reiken tot op de schouders en de rug. Ook het zadelbehang bij de haan is goed ontwikkeld en vult de overgang naar de staart goed op. De staart is bij de haan een sierlijk attribuut. Hij is goed ontwikkeld en wordt in een hoek van 50° ten opzichte van de grondlijn gedragen. De staartstuurveren zijn breed en lang en worden goed geopend gedragen. De sikkels zijn goed ontwikkeld en fraai gebogen. Bij de hen wordt de staart half geopend gedragen onder een hoek van 40°. De staartstuurveren zijn breed en dekken elkaar goed af. De loopbenen zijn middellang, glad en fijn geschubd en zijn leiblauw van kleur. De standaardgewichten voor een jonge haan zijn 2kg en voor een overjarige haan 2,5kg. Voor een jonge hen is dat 1,8kg en voor een overjarige hen 2,2kg.

Bron: website van de Braekelclub - Nederbraekel (klik hier voor de link).

Foto eigendom van Jan Schaareman-  Nederland - Egchel - gjm.schaareman@hetnet.nl